Het verhaal van de Reiziger

Waar is God in deze tijd? Twee trajecten die mij al sinds zeer lange tijd bezighouden zijn als het ware universele levenswegen, de weg naar mezelf te vinden en de weg te ontdekken die me naar de goddelijke bron of het licht in mijzelf leidt. En het lijkt er steeds meer op te gaan lijken dat deze twee paden met elkaar versmelten. God is niet buiten mijzelf, maar is in mij.

Reiziger te zijn en te ontdekken, vraagt van je te vergeten waar je vandaan komt en niet te weten waar je naartoe gaat. Het vraagt om pure overgave in het nu te zijn. Het vraagt om al je zekerheden los te laten en te varen op dat wat ontstaat.

Ik loop, het is nog vroeg. Om me heen lopen mannen, net als ik zijn het reizigers. We lopen in stilte, een grote opgaande zon tekent zich af aan de hemel voor ons. We zijn onderweg. Ik voel me verdrietig worden. In het gebied van mijn hart. Ik heb wat achter moeten laten wat pijn in mijn hart geeft. Ik huil onderweg, ik moet door. Tranen lopen over mijn wangen voor het afscheid dat ik voel. Ik kom niet meer terug op de plek waar ik vandaan ben gekomen.
De zon blijft mij wijzen. En ik leg daar mijn vertrouwen in. Dat wat achter mij ligt, is geweest. Ik moet het loslaten om weer door te kunnen. Ergens komt er ook weer een nieuwe energie opzetten in het lichaam, deze gaat gepaard met een nieuwe vreugdegevoel, een gevoel van verwondering. Alsof er weer wat moois staat te gebeuren, waar ik op dit moment nog geen weet van heb. Daarbovenop voelt nog steeds het verdriet van dat wat ik heb moeten achterlaten, ik heb tijd nodig om het te verwerken en het uit me te laten stromen, de tranen blijven lopen.

Wat heb ik dan achter me gelaten, het zijn dierbare mensen, plekken die me onderdak hebben geboden, vervallen zekerheden, ervaringen van triomf en mislukking, emoties van vreugde en pijn, allen die uiteindelijk gewoon met mij meegaan. Ze zijn in mij. Alles reist met mij mee, maar heeft een latente plaats in mijn bewustzijn. Ik kan er zo af en toe nog even naar terug, waar het nog ligt zoals ik het heb achtergelaten. Ik hoef er nu niets mee, iedere plek heeft zijn aandacht al gehad en een volgende keer zal dat wat belangrijk is op een nieuwe plek weer tevoorschijn komen in een nieuwe vorm. Ik voel dat ik het nog niet helemaal heb begrepen en weet dat het mij nogmaals zal vragen het aan te kijken.

Ik laat dat wat geweest is los en het laat mij los, zodat ik me weer opnieuw kan verbinden. Ik loop door en om mij heen is iedereen in eigen stilte. We vragen ons niet af waarom we lopen, we lopen, we vragen ons niet af waarnaartoe, de bestemming zal er zijn. Dat wat het leven ons te leren heeft, zal zich in onze buitenwereld manifesteren en onze zintuigen raken. Iedere keer weer opnieuw en iedere keer in een andere vorm totdat we ons vereenzelvigen met de plekken in onszelf die we eerder alleen buiten onszelf plaatsten. Dan zal er het gevoel van eenheid ontstaan, omdat alles er mag zijn. Iedere bestemming is als thuiskomen in mezelf. Ik ben één met al wat is, het licht in mijzelf wordt steeds krachtiger en dwaalt niet meer. God is in mij.